Mijn liefde voor de stad combineer ik met de studie van de stad.

Als 19-jarige ging ik ‘op kamers’ in Rotterdam. Vanuit een huis met een weids uitzicht naar een kamer in Rotterdam-Noord met uitzicht op de balkonnetjes van mijn overburen. Die wereld in het dorp was mij te klein – toen ik naar een open dag van de Erasmus Universiteit in Rotterdam ging, merkte ik dat dít ook de wereld was. Ik hoefde er alleen maar voor naar Rotterdam.

Tijdens mijn studie Algemene Cultuurwetenschappen vertrok ik twee keer naar Berlijn om daar te studeren aan de Humboldt Universität. Hier ontdekte ik, dat ik ‘de stad’ zelf ook kon bestuderen: ik kon mijn liefde voor de  stedelijke omgeving combineren met de studie van de stad. Ik was verkocht. Eenmaal terug in Nederland deed ik de Master Grootstedelijke Vraagstukken en Beleid aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Ondertussen maakte ik vrienden in de stad – en maakte ik mij de stad Rotterdam eigen. Maar eerlijk: ik ben nog nooit in een stad geweest waar ik mij niet instantly thuis voelde. De stad is voor mij een plek die zoveel mogelijkheden biedt, en dat op een plek die al eeuwen bewoond wordt, en die geschiedenis – maar ook toekomst – ademt.

Naast mijn werk als projectleider, onderzoeker, docent en scriptiebegeleider, deed ik mijn promotieonderzoek naar het gebruik, de productie en het beheer van alledaagse stedelijke pleinen. In mijn proefschrift onderzocht ik hoe dit samenhangt met veranderingen in de maatschappij en hoe al die processen de openbaarheid van plekken beïnvloeden.

In deze periode heb ik veel tijd doorgebracht op stedelijke pleinen en straten om te praten met bezoekers en bewoners, mee te doen met hun activiteiten – als dat mogelijk was – en te kijken wat zij doen. Dat alles met als doel de straten en pleinen te beschrijven vanuit hun perspectief: de bezoekers en bewoners centraal.

Dat was vaak ongemakkelijk: het is best wel spannend om mensen aan te spreken die je niet kent! Maar wat is het prachtig als de bewoners en bezoekers hun verhaal beginnen te vertellen. Wat is het mooi om te ontdekken dat er over één plek zoveel persoonlijke ervaringen zijn. Zoveel geschiedenissen en verhalen. Allemaal anders, maar vaak met één of meer gemene delers die iets te maken hebben met de veranderingen die die plek heeft ondergaan. Niet alleen fysieke veranderingen, maar juist ook sociale veranderingen.

Die kennis en vaardigheden zet ik nu in om problematiek op straten, pleinen en in parken beter te begrijpen.

Jep, met enige trots noem ik mij 'openbare ruimte-sociologe'.

Maar ik heb geleerd: je moet er wel de straat voor op. En ‘de straat op gaan’ leerde ik niet aan een universiteit, academie of ander opleidingsinstituut. De sociale straatvaardigheden heb ik me eigen gemaakt – maar staan in geen enkele cursusgids.

Op straat leerde ik al doende mijn onderzoeksvaardigheden aan te scherpen, me open te stellen voor de kennis en expertise ‘van de straat.