Op 31 maart was het nog nooit zo warm. De parken waren vermoedelijk niet vaak zo vroeg in het jaar een plek om buiten in de warmte te zijn, in veelal alsmaar verdichtende steden. Het was op deze dag ‘te druk’ in veel parken. Maar, ook in het pre-pandemisch tijdperk werd drukte in parken niet altijd omarmd: het kan bijvoorbeeld de leefbaarheid van de woonwijken aan het park aantasten. Niet alleen tijdens festivals klagen bewoners, ook op de echte zomerdagen komen er mensen bijeen met muziek, lachgas en barbecues. Dat geeft overlast.

Nu, met corona, is drukte ook een probleem voor de volksgezondheid. Verschillende steden reageren op verschillende manieren. Sommige gemeenten grijpen naar een tijdelijk alcoholverbod om groepen jongeren te ontmoedigen in de parken, andere steden – waaronder Amsterdam –  sluiten de parken. Ook in Rotterdam is het sluiten van parken sinds vroege zomer 2020 al met een avondklok geregeld. Het sluiten van parken is een maatregel die niet lichtzinnig genomen kan worden. Het betreft een afsluiting van de openbare ruimte (in de wet: openbare weg), een ruimte die in beginsel voor ieder toegankelijk is. ‘In beginsel’, dus de wet maakt uitzonderingen op die regel mogelijk, ook al voor de spoedwet.

Maar, let’s flip the perspective. Het virus houdt van drukte, maar stadsbewoners ook. In de drukte oefenen we met elkaar ‘openbaarheid’ uit: we ontmoeten mensen die vreemden voor ons zijn en we kunnen onze mening collectief kenbaar maken, bijvoorbeeld met een demonstratie. Openbaarheid van de ruimte is bij uitstek een stedelijke sociaal-ruimtelijke kwaliteit. Onze collectieve, mentale volksgezondheid – waarin we onze mening mogen geven, waarin we anderen kunnen ontmoeten – hangt sterk samen met het kunnen ervaren en vormgeven van die openbaarheid. Daar zijn parken en pleinen voor nodig, want die bieden ruimte aan het collectief. Onze uitoefening van ‘openbaarheid’ wordt met wetten en regels tijdelijk opgeschort. Die tijdelijkheid duurt inmiddels alweer een jaar.

Het kleine, lokale groen, in de waterkant, in het pocketpark, in de plantenbak, is belangrijk voor onze gezondheid. Maar we kunnen ook niet zonder openbare parken: die zijn de basis van onze collectieve volksgezondheid.